Goed genoeg opvoederschap in een kwetsbaar gezin

Jij als jeugdprofessional krijgt regelmatig te maken met situaties van kwetsbaar opvoederschap. Hoe houd je dan een juiste balans tussen enerzijds opkomen voor de belangen van de kinderen wanneer de opvoeders deze uit het oog dreigen te verliezen en anderzijds de eigen regie en het tempo van de opvoeder(s)?

Goed genoeg opvoederschap of eigen waarden en normen?

Momenten of situaties waarin ouders de belangen uit het oog dreigen te verliezen moeten we op waarde schatten. Hierbij speelt jouw professionele kennis een grote rol en toch laten we ons vaak leiden door onze eigen normen en waarden. Die bepalen als we niet oppassen ons referentiekader. 

Vragen die een rol spelen bij een goede afweging zijn: 

  • Klopt de informatie die ik heb?
  • Zijn er meerdere mensen die de zorgen delen?
  • Zijn deze zorgen al gedeeld met de opvoeder(s) en zo ja, hoe hebben zij gereageerd? En zo nee, wat maakt dat dit (nog) niet gedeeld is?
  • Welke informatie is er over dat wat goed gaat?
  • Gaat het om een incident of is er sprake van meer structureel gedrag?
  • Hoe afhankelijk is dit kind van deze opvoeder?
  • In hoeverre is er een mismatch tussen de ontwikkelingsbehoefte van het kind en de opvoedvaardigheden van de opvoeder?
  • Zijn er andere opvoeders aanwezig of beschikbaar om te compenseren?
  • Waar heeft de verminderde beschikbaarheid of het niet adequaat handelen van de opvoeder mee te maken? Wat weet je over de opvoedvaardigheden en de gezinsomstandigheden? 

 

Wanneer is opvoederschap goed genoeg?

WERKKAART 3 richtlijn GEZINNEN MET MEERVOUDIGE EN COMPLEXE PROBLEMEN – WERKKAARTEN 

De voorwaarden adequate verzorging (1) en veilige fysieke directe omgeving (2) zijn onmisbaar voor de veiligheid van de jeugdige. Breng signalen van onveiligheid in kaart met de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’, en meld acute en/of structurele onveiligheid altijd bij Veilig Thuis. Ook continuïteit in opvoeding en verzorging (7) en stabiliteit in levensomstandigheden (14) zijn basisvoorwaarden. Als deze afwezig zijn, is er een serieuze bedreiging voor de ontwikkeling van de jeugdige. 

  1. Adequate verzorging: de zorg voor de gezondheid en het fysieke welbevinden van de jeugdige; de ouders zorgen voor onderdak, kleding, voeding en persoonlijke spulletjes en er is een inkomen om hierin te voorzien. 
  2. Veilige fysieke directe omgeving: de jeugdige is niet fysiek of anderszins onveilig. 
  3. Affectief klimaat: de ouders bieden de jeugdige emotionele bescherming, steun en begrip; er is sprake van veilige hechting tussen ouder en kind en wederzijdse genegenheid. 
  4. Ondersteunende flexibele opvoedingsstructuur bevat aspecten zoals: voldoende regelmaat in het leven van alledag; aanmoediging, stimulering en instructie; grenzen en regels stellen en inzicht geven in het waarom hiervan; controle uitoefenen over het gedrag van de jeugdige; voldoende ruimte schenken aan de wensen van de jeugdige, en hem de vrijheid geven om zelf initiatief te nemen en te experimenteren, evenals de vrijheid om te onderhandelen over wat voor de jeugdige belangrijk is; de jeugdige krijgt niet meer verantwoordelijkheid dan hij aankan, ervaart binnen die begrenzing de gevolgen van zijn gedrag, en leert zo de gevolgen in te schatten en zijn gedrag af te wegen. 
  5. Adequaat voorbeeldgedrag door ouders: ouders laten gedrag, normen en waarden zien binnen maatschappelijk aanvaardbare grenzen. 
  6. Interesse: ouders hebben interesse in de jeugdige, zijn leefwereld en de persoon. 
  7. Continuïteit in opvoeding en verzorging, toekomstperspectief: de jeugdige heeft vertrouwen in de aanwezigheid van de ouders en ervaart een toekomstperspectief. 
  8. Veilige fysieke wijdere omgeving: de buurt waarin de jeugdige opgroeit is veilig.
  9. Respect: behoeften, wensen, gevoelens en verlangens van de jeugdige worden serieus genomen door de omgeving. 
  10. Sociaal netwerk: er is een sociaal netwerk waar de jeugdige en zijn familie op terug kunnen vallen. 
  11. Educatie: de jeugdige krijgt scholing en opleiding en de gelegenheid zijn persoonlijkheid en talenten te ontplooien (bijvoorbeeld via sport of muziek). 
  12. Omgang met leeftijdgenoten: de jeugdige heeft de mogelijkheid om te gaan met leeftijdsgenoten in gevarieerde situaties, geschikt voor zijn leeftijd. 
  13. Adequaat voorbeeldgedrag in de samenleving: de jeugdige heeft contact met andere jeugdigen en volwassenen die een voorbeeld zijn voor huidig en toekomstig gedrag en die belangrijke normen en waarden kunnen overbrengen. 
  14. Stabiliteit in levensomstandigheden, toekomstperspectief: veranderingen in het leven van de jeugdige komen aangekondigd en er wordt rekening met hem gehouden. Personen met wie de jeugdige zich identificeert en die ondersteuning bieden zijn continu beschikbaar.

     

Deel deze pagina
Meer blogberichten
Blog
20 september 2022
In ons werk maken we diverse afwegingen, keuzes en beslissingen. Deze beslissingen zijn van invloed op iemand anders zijn/haar leven....
Blog
19 juli 2022
Hoe kun je de casuïstiekbespreking nog zinvoller maken en de inbrenger met een tevreden gevoel weg laten gaan? Een betere...
Blog
28 juni 2022
Een heftige dag waarin je je lastige gesprekken hebt gevoerd. Je hebt vandaag bijgedragen aan de veiligheid en ontwikkeling van...