Ik zie het elke dag: mensen in de pleegzorg werken keihard. Pleegouders die hun hart openstellen, professionals die alles geven. Maar… ondanks die inzet gaat er nog veel mis. En dat doet pijn. Niet alleen bij ons, maar vooral bij de kinderen om wie het gaat.
Laten we eerlijk zijn: een uithuisplaatsing is een breuk, een ingrijpende gebeurtenis. Een kind verliest zijn vertrouwde wereld, vaak na een periode van chaos en onveiligheid. En dan? Dan belandt het in een systeem dat nog te vaak tekortschiet.
Overplaatsingen van pleegkinderen
Er zijn te veel overplaatsingen. Dat betekent: weer verhuizen, afscheid nemen, opnieuw vertrouwen verliezen. Elke breakdown vergroot de kans op gedragsproblemen, een negatief zelfbeeld en wantrouwen in volwassenen. Hoe goed we ook ons best doen, dit is de realiteit.
Waarom gaat het mis?
- Overplaatsingen worden soms “zo snel mogelijk” geregeld, zonder tijd om te wennen.
- Werkwijzen verschillen per professional – er is (landelijk) geen uniformiteit, geen houvast.
- Ouders voelen zich niet gezien, pleegouders missen steun, kinderen raken verstrikt in loyaliteitsconflicten.
- En misschien wel het grootste probleem: te weinig aandacht voor trauma en rouw. We verwachten dat kinderen (en ouders!) zich aanpassen, terwijl hun zenuwstelsel nog in overlevingsstand staat.
Wat moet er anders?
We hebben kennis. We hebben inzichten. Nu moeten we ze toepassen.
- Trauma-sensitief werken – niet alleen met kinderen, maar ook met ouders en pleegouders. Begrip voor rouw, verlies en stress is cruciaal.
- Uniforme aanpak – zoals interventies die vanaf dag één inzetten op samenwerking, gedeeld opvoederschap en psycho-educatie.
- Zorgvuldige overplaatsing – met behoud van rituelen, vertrouwde spullen en een prikkelarme start.
- Investeren in de eerste fase – hoe beter de start, hoe kleiner de kans op breakdowns.
Waarom dit zo belangrijk is
Elke verhuizing is een breuk. Hoe minder breuken, hoe groter de kans dat een kind zich kan hechten, leren en groeien. Stabiliteit is geen luxe, het is een basisvoorwaarde. Ouders moeten altijd hun rol behouden in het leven van een kind. En ja, dit vraagt tijd, aandacht en soms ook lef om oude overtuigingen los te laten. Maatwerk is nodig want elke ouder, elk kind en elke pleegouder is weer anders. Out of the box denken én DURVEN!
Het lukt niet altijd om te komen tot een goede samenwerking. En ook dán zijn er nog mogelijkheden om een ouder te betrekken op een passende manier. Gedeeld opvoederschap moet geen nieuw trucje worden of een modewoord. Het mag echt een mindset worden. Omdat ouders in de pleegzorg te lang niet voldoende positie hebben gekregen.
Mijn hart ligt bij de pleegzorg. Daarom ben ik positief maar ook kritisch. Want als je doet wat je altijd deed, zul je krijgen wat je altijd kreeg.
En pleegzorg is toe aan vernieuwing en verbetering!
Meer weten over gedeeld opvoederschap?
Om met elkaar te kijken hoe gedeeld ouderschap echt vormgegeven kan worden geef ik de training Gedeeld opvoederschap voor TIMM Consultancy.
Geschreven door Kitty de Bruin
Na deze training over gedeeld opvoederschap:
- Kun je gesprekken waarin ouders en pleegouders elkaar ontmoeten als partners faciliteren, met het kind centraal.
- Weet je hoe je voorwaarden schept voor samenwerking: van heldere afspraken tot het bespreekbaar maken van verwachtingen en emoties.
- Kun je pleegouders ondersteunen in een respectvolle houding naar ouders, en ouders helpen hun nieuwe rol vorm te geven.
- Heb je kennis van verschillende praktijkvoorbeelden waarin ouders met bijvoorbeeld verslaving of een verstandelijke beperking toch meer betrokken konden zijn, op een voor hen én het kind gepaste manier.
De cijfers
Op de website van pleegzorg.nl vinden we de volgende Feiten en cijfers over pleegzorg; Van de plaatsingen in 2024 eindigden 522 met een ‘breakdown’. Dat is 2,6% van alle jeugdigen die in 2024 voor korte of langere tijd bij pleegouders hebben gewoond. Breakdown is een ongeplande en ongewenste beëindiging van een pleegzorgplaatsing. Dit komt vaak door overbelasting van het pleeggezin.
Link: pleegzorg.nl
In 2024 is 13% van de plaatsingen voortijdig beëindigd, in overeenstemming tussen de cliënt, de pleegzorgorganisatie, de pleegouder(s) en de 42% verwijzer (gemeente of jeugdbescherming). In een klein deel van de gevallen is de zorg eenzijdig voortijdig beëindigd: 4% van de plaatsingen is voortijdig beëindigd door de cliënt en 3% door de pleegzorgorganisatie of de pleegouder(s). Tot slot is de plaatsing in 7% beëindigd door externe omstandigheden of door overmacht. Het gaat dan veelal om een verhuizing.
Link: jeugdzorgnederland.nl