fbpx

Podcast #001 – Summer Koster – Beroepscode voor jeugd- en gezinsprofessionals

Deze eerste podcast gaat over de Beroepscode, tuchtrecht en de richtlijnen Jeugdzorg.

Het is een gesprek met Summer Koster, pedagoog, beleidsadviseur, veranderkundige en trainer bij TIMM Consultancy. Summer heeft de afgelopen tijd veel trainingen verzorgd over de Beroepscode en tuchtrecht aan Jeugd- en gezinsprofessionals.

Veel luister plezier!

PS, lees je liever dan luisteren? Lees onderaan deze pagina dan het volledige transcript van deze podcast.

Schrijf je in voor de opleiding ‘Beroepscode en Tuchtrecht’

Ben je geïnspireerd door het gesprek met Summer Koster en wil je deelnemen aan de opleiding ‘Beroepscode en Tuchtrecht’? Meld je dan direct aan! Er zijn meerdere opleidingsdata beschikbaar.

Onderstaand een gesprek met Summer Koster, pedagoog, beleidsadviseur, veranderkundige en trainer, over de beroepscode voor de jeugdprofessionals. De rode draad in haar werk is momenteel de juiste kennis over dragen aan de sociale professionals en een omgeving creëren waarin het inspirerend is om van elkaar te leren, om elkaar te kunnen steunen en elkaar een spiegel voorhouden.

Eén van die trainingen die je geeft is de training Beroepscode en tuchtrecht. Wat maakt dat je dat onderwerp hebt gekozen?
De Beroepscode is voor mij een kapstok waaraan je de norm van hoe je als professional zou moeten werken hangt. De Beroepscode is steunend en bied houvast. Ik vind het belangrijk om het daar meer over te hebben en om daar dieper op in te gaan. Om te kijken welke vaardigheden je daarvoor nodig hebt en ook welke steun je daarvoor van de andere kunt krijgen. Hoe je dat heel mooi met elkaar verder kunt uitdiepen. Ik denk dat de Beroepscode een veel prominentere rol zou mogen hebben in het functioneren van alledag. Want we doen niet zomaar iets. Ons handelen moet onderbouwd zijn, er zitten heel vaak veel methodische aspecten achter. Laat dat ook maar duidelijker naar voren komen. Want wij zijn belangrijk in wat we doen en hebben veel invloed. Dan mag het ook wel duidelijk zijn als het niet oké is wat je doet. Daar is dan het tuchtrecht voor zodat je een berisping of een waarschuwing krijgt als je niet oké hebt gehandeld.

Hoe helpt de beroepscode bij het reflecteren op je werk?
De Beroepscode geeft structuur want het bestaat uit de artikelen A tot en met X. Deze artikelen gaan dieper in op het functioneren van de professionals binnen het werkveld. Hiermee laat je aan elkaar zien wat belangrijke uitgangspunten zijn. Wat wij met elkaar zien als normaal. Zoals we het werk graag met elkaar willen doen.

Streef je dan naar uniformiteit?
Nee daar zit zeker autonomie in. Jij als professional maakt en kunt het verschil maken. Als professional ben je belangrijk in het leven van de ander. Je hebt wel wat in de pap te brokkelen, het is niet zo dat er eenheidsworst is maar het moet wel eenduidig zijn. Het is wel een bepaalde richtlijn, een kapstok die voor ons allemaal geldt, hoe we daar handen en voeten aangeven, dat is per individu verschillend.

Op welke manier heeft de cliënt baat bij de Beroepscode?
De Beroepscode gaat ook in op normen. Wat vinden we belangrijk en waar blijkt dat uit. Het betekent ook dat de klant ziet dat de professional zich houdt aan richtlijnen op het gebied van privacy. Maar ook dat de professional de cliënt serieus neemt en hoe we vinden dat dit eruitziet. Hoe vinden we met elkaar wat je moet doen om de cliënt en zijn ontwikkeling te bevorderen. Daarover ga je in gesprek met elkaar en je laat zien dat je dat onderbouwd doet en bent transparant over deze onderbouwing. Dat is de kracht van de Beroepscode. De client weet zo wat ze kunnen verwachten van de professional. Waar de professional zich aan moet houden en ze mogen er dan vanuit gaan dat de professional niet zomaar iets doet. Er zitten wel degelijk onderbouwing onder.

De Beroepscode bestaat uit artikel A tot en met X, wat is voor jou een belangrijk artikel?
In mijn werk vind ik het heel belangrijk dat we het hebben over Bevorderen van Deskundigheid (Art. B) En de basis van je werk moet zijn dat je bereid bent om iedere cliënt te helpen (Art. C). Natuurlijk zijn er momenten waarin dat tegen jouw gevoel indruist. Als het gaat over ethiek en autonomie dan moet je dat onderkennen en dan nog moet je een manier vinden om iedere cliënt te willen helpen. Het kan zijn dat jijzelf niet de juiste persoon bent, dan moet je de juiste persoon erbij zoeken. Ik vind het ook heel belangrijk dat we het hebben over het bevorderen van het vertrouwen (Art. D). Dat je als beroepsgroep laat zien, we doen wat we zeggen en we zeggen wat we doen. Daarnaast collegiale toetsing en reflectie (Art. S), bij elkaar kijken en bij elkaar navragen of we de juiste dingen zien. Kunnen we het erover eens zijn dat dit proces goed doorlopen is? Zou je mij advies willen geven voor een volgende keer dat ik hiermee te maken krijg.

Hebben jeugdprofessionals voldoende ruimte voor reflectie?
Ik hoor veel professionals zuchten, ze hebben behoefte om te sparren over casuïstiek, over wat er in een casus is gebeurd of de juiste dingen zijn ingezet. Maar veel professionals voelen niet dat ze daar de tijd of de ruimte voor hebben. De werkdruk is hoog. Daardoor laten ze de reflectie vaak liggen. Dan gebeurt het tussendoor en dan zijn we eerder geneigd om meer mee te praten en niet genoeg de tijd te nemen om echt kritische vragen aan elkaar te stellen. Om te onderzoeken; “Waarom heb je op deze manier gehandeld?”.

Dat zou natuurlijk ook een mooie parallel zijn omdat dat ook de dingen zijn die je cliënten wilt meegeven. Dat zijn de vragen die jij hen wilt stellen, je wilt ook weten hoe het nu bij hen gaat wat hun successen zijn.
Ik denk dat er relatief weinig stil gestaan wordt bij de vraag; “Waar staan we nu” en “Waar willen we staan”. Dat we weinig met elkaar kijken naar de ethische vraagstukken. Ik denk dat we in het dagelijkse werk voor veel dilemma’s komen te staan. Maar we nemen niet de tijd om stil te staan en ons af te vragen; “Waarom hebben we die weg gekozen en waarom niet een andere?”.

Hoe zouden we dat dan weer belangrijker kunnen maken in het werk?
O.a. door tijd te nemen voor reflectie, intervisie en bijscholing. Dat is de basis van ons werk. Maar het is het eerste waarop beknibbeld wordt. Dus ook een oproep om juist daarin te investeren. Te investeren in jezelf want jij als professional bent het instrument. Niet zozeer het model dat je gebruikt maar hoe jij een vraag stelt maakt uit. Hoe jij terugkomt op een gesprek, hoe je iemand bejegend. Jij hebt heel veel invloed op het proces, meer dan je misschien onderkent. Dat is investering in je eigen vaardigheden. Dat mag nog meer naar voren komen.

Welke dilemma’s kom jij tegen in je dagelijkse werk en vooral tijdens de trainingen die je geeft?
Mensen hebben dilemma’s over botsende belangen in gezinnen. Als een ouder iets anders wil dan de jeugdige. “Hoe ga ik daar dan mee om? Aan wiens belang hechten we zwaarder?”. Maar ook: “Eigenlijk vraagt een klant iets anders van mij en moet ik hier meer tijd aan besteden dan ik kan bieden als professional”. “Eigenlijk zou ik het kind vaker willen zien maar dat lukt me niet”.  Of over participatie van kinderen. Er worden regelmatig plannen gemaakt met ouders waarbij het kind onvoldoende of niet gezien of gehoord is. En die zoektocht is lastig. Als voorbeeld van tegenstrijdige belangen, van ouders en professional, kan het gebeuren dat het in het belang van de jeugdige is dat hij/zij in een pleeggezin opgroeit en het niet is wat de ouders willen. Dan heb je echt een botsend belang. Iedereen heeft recht op family-life maar als je dan met elkaar als professionals denkt dat het kind beter op een andere plek op kan. Hoe ga je daar dan mee om? Maar je kan ook jongeren hebben die zich losmaken van thuis en die een ander belang hebben dan ouders die niet achter de keuze van hun kind staan. Dan heb jij als ambulant begeleider of jeugdig-professional een rol in de besluitvorming. Je vraagt je dan af hoe je het kunt sturen, hoe je daarin gaat bemiddelen. Het zijn allemaal ethische dilemma’s. Het is belangrijk om te kijken naar wat maakt dat een bepaalde keuze maakt. Wat is de onderbouwing daarvoor en heb je dat bijvoorbeeld getoetst met je collega’s? Wat vinden we daar met elkaar van? We moeten meer bezig zijn met het waarom van wat je doet.

Stel dat er een situatie is waar die tegenstrijdige belangen spelen, hoe pak je dat dan aan?
Je zou een moreel beraad kunnen organiseren. Je gaat dan met een groep professionals nadenken over het ethische dilemma. Een moreel beraad start bij het formuleren van je dilemma. Om duidelijk te krijgen waarin voor jou de tegenstrijdigheid zit. Wat is jouw deel hierin en wat zijn de andere belangen die hierin meespelen. Dan is het goed dat je dit met elkaar gaat analyseren.  Er zijn meerdere modellen maar vaak is het een proces dat je door middel van drie stappen doorloopt. Eerst het inventariseren van het dilemma. Ten tweede het in kaart brengen van de verschillende belangen. En als derde kijk je naar de voor- en nadelen zodat je vervolgens antwoord kunt geven op welke keuze je maakt. Zo neem je een gedragen besluit. Je toetst ook bij de ander, wat vinden we hiervan en kunnen jullie mij helpen om hierin een beslissing te nemen.

Welke mensen nemen deel aan een moreel beraad?
Mede-professionals. Dat kan binnen je eigen organisatie zijn maar ook daarbuiten. Het is juist heel interessant om professionals van andere organisaties uit te nodigen. Dan heb je hem ook nog multidisciplinair. Soms kijken zij juist heel anders naar ethische dilemma’s.

Laatste had iemand een heel lastig gesprek gehad bij een gezin thuis. Ze wist ook al dat het een heel lastig gesprek ging worden. Dat er heel veel mee gemoeid was bij het gesprek. Ze ging op huisbezoek. En ze was zwanger. Ze wilde graag met het gezin een keuze maken. Het was een situatie waarin het gezin, voor haar gevoel, moest kiezen uit twee kwaden. Er was dan ook heel veel spanning. Daardoor werd er veel gerookt. Haar dilemma was; Moet ik nu gaan ingrijpen en mijn grenzen aangeven of moet ik dit nu laten in het belang van de cliënt? Dat zijn situaties waar je als hulpverlener of professional in terecht komt en dan is het heel interessant om te reflecteren op de situatie. Want hoe zit het met je recht op een gezonde werkomgeving? Maar je komt ook bij iemand thuis, dus zij mogen bepalen hoe het bij hen thuis gaat. Het is heel interessant om vanuit andere invalshoeken naar de situatie te kijken. In dit geval hebben we een moreel beraad gehouden met verschillende professionals. Iemand die gewend was om met multiproblem-gezinnen te werken. Maar ook iemand die vanuit de jeugdgezondheidszorg dacht aan de zwangerschap van deze professional. Je krijgt een mooie mix van belangen om uiteindelijk tot een gedragen keuzes te komen. Ze hebben toe besproken dat je van tevoren afspraken maakt met het gezin over het roken en dat het dan niet gebeurt in haar bijzijn maar dat je dan pauzes in kunt bouwen.

Is er ook een rol voor de cliëntenraad, sluiten zij ook aan?
Ik denk dat het heel mooi zou zijn want zij kijken er weer vanuit een andere invalshoek naar. Het gaat bij een moreel beraad niet zozeer over zwart-wit of goed-fout. Het is complex. Dit is lastig en welke koers gaan we nou met elkaar varen en hoe bepalen we die koers. Dat doe je door vanuit verschillende invalshoeken naar ethische dilemma’s te kijken. Ik denk dat hier de essentie van echte participatie in zit. Ik vermoed zelf dat we die stap nog moeten maken want het is nu nog met elkaar als professionals leren. Mijn pleidooi zou zijn dat we ook de cliëntenraad en de participatieraad en misschien ook soms de desbetreffende cliënt laten aansluiten.

Wat zijn de richtlijnen Jeugdzorg?
De richtlijnen zijn ontwikkeld dóór de jeugd-professional en vóór de jeugd-professional Die bieden je houvast, een onderbouwde methode of onderbouwde modellen t.a.v. hoe je met verschillende vraagstukken om kunt gaan. Hoe je kunt handelen. Er zijn veertien richtlijnen. Die zijn heel divers, zo is er een richtlijn over ADHD, een richtlijn over samen beslissen over passende hulp, maar ook over multiproblem-gezinnen en ook een richtlijn over uithuisplaatsing. Er zijn twee nieuwe richtlijnen in ontwikkeling. Die gaan over trauma en seksualiteit. Als professional kun je naar de website gaan waar al die richtlijnen opstaan. Je kan de richtlijn aanklikken en vervolgens word je meegenomen in de theoretische onderbouwing over de richtlijn en ook wat je te doen hebt in de casuïstiek. Je kunt kijken of dat wat je doet in een casus goed is, of je onderbouwd bezig bent. Het geeft je een soort kapstok om niet zomaar tot een beslissing te komen of zomaar tot een hulpaanbod te komen. We hebben nog een inhaalslag te maken om die richtlijnen goed ingebed te krijgen zodat het een onderdeel wordt van je dagelijks functioneren. Je moet weten dat je daarop terug kunt vallen en dat je ook af en toe je werk kunt toetsen aan de hand van vraagstukken.

Wat zijn vragen van deelnemers aan de training Beroepscode en Tuchtrecht?
In eerste instantie is men altijd een beetje bang voor tuchtrecht. Hoe zit het dan met mijn privacy en mijn gegevens vragen zij zich af. Maar Tuchtrecht is niet zomaar iets. Er is dan door je mede professionals bepaald dat het belangrijk is om hierover een besluit te nemen. Drie of vijf professionals nemen zitting. Zij beoordelen met elkaar of de professional juist gehandeld heeft. Het gaat niet over had ik het misschien beter of anders kunnen doen of was het mooier of netter geweest als ik het anders heb gedaan maar over juist of onjuist handelen. Dus het gaat echt ergens over, als jij willens en wetens toch dingen hebt nagelaten dan vindt iedereen het wel oké dat je daar ook feedback op krijgt. Je kan dat zelf ook gebruiken door vervolgens weer naar de richtlijnen te kijken. Heb ik onderbouwd gehandeld. Er kunnen verschillende consequenties uitkomen. Je kunt een berisping krijgen maar je zou ook een schorsing kunnen krijgen.

Je kunt op de site van de SKJ zien wat voor uitspraken er zijn geweest. Wanneer, in welke situatie, en welke maatregelen zijn er getroffen. Je ook zien hoeveel casussen er behandeld zijn.

Wie of wat inspireert jou in je werk?
Ik merk dat ik dagelijks door verschillende mensen geïnspireerd word. Er is niet één iemand waarvan ik zeg dat is iemand die mij inspireert want het kan in hele simpele dingen zitten. Het kan zijn in de thuissituatie dat ik geïnspireerd word door iets dat iemand doet. Het kan zijn door een opdrachtgever. En nu heb ik een manager die op zo’n mooie manier verandering vormgeeft binnen het team, dat inspireert. Maar ik kan ook geïnspireerd raken door het lezen van een boek.

Momenteel vind ik Wouter Hart van Anders vasthouden heel interessant. Zijn anekdote over een kind dat yoghurt inschenkt. Het kind vraagt of hij zelf in mag inschenken en dat zegt dat papa stop moet zeggen. Papa zegt: “Je mag zelf inschenken en je mag zelf ook stoppen, want je moeder en je broertje en zusje willen ook nog yoghurt”. Dat vind ik heel kenmerkend want je kan de normen en de grens bij de ander neerleggen maar het is ook goed om je te beseffen dat we het met elkaar moeten doen. Dus laten we vooral kijken naar wat is mijn aandeel hierin, wat is mijn belang en wat is het belang van de ander. In plaats van dat jij alle grenzen en kaders bepaalt lees je hier dus eigenlijk ook dat er een richtlijn is. Er is niet één zwart-wit regel want dan leert een kind alleen dat iets altijd mag. En zo is het niet altijd. Het is ook heel mooi dat het kind toch een beetje autonoom is, zelf mag bepalen hoe die dat gaat verdelen, rekening houdend met de anderen.

En dat parallelle proces geldt ook voor ons als sociale professionals, als beroepsgroep, als jeugdprofessional, de Beroepscode bepaalt niet exact wat je moet doen, het is wel een richtlijn. Hoe je ergens handen en voeten aan geeft. En jij met jouw autonomie bepaalt vervolgens hoe je dat doet en hoe je dat onderbouwt.

Heb je nog tips die je mee zou willen geven?
Neem de tijd om te reflecteren. Wees niet bang om echte vragen te stellen. Laat merken dat je het ook niet altijd weet, vraag anderen of ze met je mee willen denken. We mogen het ook niet weten en we mogen elkaar inspireren. Ga de dialoog aan. Stel vragen en blijf ze ook stellen. Blijf nieuwsgierig.