fbpx

Podcast #002 – Arianne Geuze – Veiligheidsplanning bij kindermishandeling of huiselijk geweld

Deze podcast gaat over het maken van veiligheidsplannen. Het is een gesprek met Arianne Geuze, GZ-psycholoog en trainer bij TIMM Consultancy. 

Veel luister plezier!

PS, lees je liever dan luisteren? Lees onderaan deze pagina dan het volledige transcript van deze podcast.

Schrijf je in voor de opleiding ‘Veiligheidsplan & risicotaxatie’ of ‘Samenwerken aan veiligheid’

Ben je geïnspireerd door het gesprek met Arianne Geuze en wil je deelnemen aan 1 van de 2 opleidingen gerelateerd aan deze podcast? Meld je dan direct aan! Er zijn meerdere opleidingsdata beschikbaar.

Welkom bij een nieuwe podcast van TIMM Consultancy. Vandaag een gesprek met Arianne Geuze. Arianne heeft een eigen praktijk Kiddocom, daarin ontwikkelt ze gesprekshulpmiddelen en methoden en verzorgt ze trainingen. Daarnaast werk ze als gedragsdeskundige bij de Raad voor de Kinderbescherming. We gaan in gesprek over het maken van veiligheidsplannen.

Wat is een veiligheidsplan en wanneer wordt een veiligheidsplan gemaakt?
Een veiligheidsplan maak je op het moment dat het gedrag van ouders schadelijk is voor de veiligheid of de ontwikkeling van hun kinderen. Je hebt een verschil tussen acute en structurele onveiligheid. Het gaat om acute onveiligheid als de kinderen bijvoorbeeld lichamelijk risico’s lopen bij een vermoeden van seksueel misbruik binnen de gezinssituatie of wanneer er geslagen wordt. Maar ook in situaties van huiselijk geweld want de angst voor klappen, ook al zijn die niet voor jou is groot.Vooral wanneeriemand van wie je houdt, je broertje of zusje of je vader of je moeder die klappen van een ander gezinslid krijgt. Dat doet wat met jouw stresssysteem en daarmee heeft het ook een biologisch effect, het ontregeld ook jouw lijf en jouw welzijn. Dat zijn situaties waarin je acuut moet zorgen dat de risico’s op onveiligheid stoppen. Het gaat bij structurele onveiligheid bijvoorbeeld om situaties waarin ouders continu te veel van ze vragen of wanneer de balans tussen leuke dingen met elkaar doen en vervelende momenten niet meer klopt.

Dat zijn veel meer de situaties waarin structurele onveiligheid speelt bijvoorbeeld omdat ouders op allerlei gebieden problemen hebben of omdat een verstandelijke beperking of een andersoortige beperking speelt waardoor de kinderen structureel niet krijgen wat ze nodig hebben.

Bij acute onveiligheid maak je heel snel met elkaar een veiligheidsplan zonder dat je heel uitgebreid verder nog onderzoekt wat er ook nog speelt omdat je er gewoon domweg geen tijd voor hebt, omdat je de risico’s acuut wil voorkomen. En in de situaties van structurele onveiligheid heb je wat meer tijd om eerst uitgebreid te kijken wat er nog meer speelt. Dan kun je beter met elkaar de situatie doordenken en dan een veiligheidsplan maken dat alle aspecten die spelen in een gezin en die relevant zijn voor fysieke veiligheid in zich heeft.

Wie zijn allemaal betrokken bij het maken van een veiligheidsplan?
Iedereen die het belangrijk vindt dat het goed gaat met het kind en dat zijn altijd de ouders maar ook altijd kinderen zodra die wat kunnen vertellen over wat ze fijn, minder fijn vinden of wat ze anders willen in de thuissituatie. Dan neem je hun inbreng ook mee. Ook familie, belangrijke mensen die om ouders en het kind heen staan. Plus betrokken professionals die om het gezin heen staan. Dit is echt een plan voor het gezin. Gemaakt door alle mensen die het belangrijk vinden dat het goed gaat en die daar ook een rol in hebben. Om de veiligheid die je met elkaar nastreeft te creëren en daar ook toezicht op te houden.

Als je een situaties van acute onveiligheid hebt aan welke mensen denk je dan?
Dat zijn de mensen die speciale kennis of kunde hebben. Stel je voor een ouder is verslaafd en gaat daardoor ‘out’ en kan dan geen toezicht meer houden op de kinderen. En die zeggen zelf het probleem is niet zo groot. Dan kun je er bijvoorbeeld een verslavingsdeskundige bij vragen. Primair zijn het in ieder geval de mensen die bij acute onveiligheid ingeschakeld moeten worden of al ingeschakeld zijn. Dan kun je denken aan Veilig Thuis maar ook aan de gemeente als die de veiligheidsregisseur is. Als de veiligheid acuut heel erg hoog op kan lopen dan meldt de regisseur dat wel bij Veilig Thuis maar dan krijgen ze soms zelf ook een behoorlijke grote rol in het opzetten van een veiligheidsplan. Onder toezicht van Veilig Thuis

Daarin is een goede samenwerking belangrijk, afspraken over wie heeft de regie, wie heeft bepaalde taken en wat vraagt ook de meldcode aan betrokkenheid van die professionals.

Wat zijn de eerste stappen die je zet in het maken van een veiligheidsplan?
Je moet altijd weten wat je legitimatie is, waarom zit je bij elkaar? Dus er moeten feitelijke zorgen zijn; Wie heeft wat wanneer gezien of gehoord waardoor die zich ernstige zorgen maakt over de veiligheid van een kind. Dat is je legitimatie om het plan te maken. In de meest ernstige gevallen en op het moment dat ouders niet genoeg motivatie hebben om daar verandering in te brengen moet je heel goed weten wat de feitelijke zorgen zijn. Daar tegenover is het ook heel goed om te weten wat de positieve uitzonderingen zijn. Want die feitelijke zorgen die spelen nooit 7 keer 24 uur. Er zijn altijd momenten geweest waarop een ouder misschien wel hartstikke boos werd maar niet uit zijn plaat ging en ging slaan.

Dan zou een feitelijke zorg zijn dat iemand uit zijn plaat gaat, dan boos wordt, de kinderen slaat en uitscheldt. Mogelijk doet hij dat vanuit zijn wens om het gedrag te structureren of bij te sturen. Het is belangrijk die goede intentie voor ogen te hebben maar het gedrag ansich is voor de kinderen schadelijk gedrag. Als je dat wil veranderen is het ook belangrijk om te weten wanneer het de ouders gelukt is om de kinderen te corrigeren op een manier zonder dat daar slaan of fysieke onveiligheid bij te pas kwam. Op het moment dat je een plan gaat maken zijn die positieve uitzonderingen de gedragingen waar je meer van wilt zien. Dat is het gedrag dat al eerder door de ouders ingezet is. Dat is gedrag dat opnieuw te realiseren moet zijn.  Dus feitelijke zorgen en de positieve uitzonderingen moet je helder hebben.

Daarnaast is het ook van belang om te kijken wat speelt er nog meer wat het op dit moment voor ouders heel erg lastig maakt om de problemen op te lossen. Want als aan grote stressoren zitten, denk bijvoorbeeld aan financiële problemen met een dreigende uithuiszetting, dan is het van belang om dat soort enorme stressfactoren mee te nemen in een veiligheidsplan. Op het moment dat je dat doet dan zie je dat de stress bij iedereen zakt.  Dan is de kans veel groter dat de afspraken die je maakt nagekomen kunnen worden.

De stressoren staan in het raamwerk, dat je gebruikt, bij de complicerende factor. Daar tegenover wil je ook weten wat het makkelijker maakt. Of alle steunbronnen die een gezin al heeft, betrokken familieleden, buren of vrienden die dicht in de buurt wonen. Die een belangrijke rol hebben gespeeld of nu nog steeds een belangrijke rol spelen dan zijn dat de mensen die graag mee willen denken en ook heel helpend kunnen zijn om het juist weer makkelijker te maken. Je hebt aan de ene kant de feitelijke zorgen met daarnaast de positieve uitzonderingen die echt gaan over het onveilige gedrag en aan de andere kant de complicerende factoren en de factoren die het makkelijker maken, of de mensen die het makkelijker maken om de problemen op te lossen.

Met wie bespreek je dat allemaal?
Je begint met ouders omdat je met hen wil kijken hoe het vanuit hun perspectief is. En zij hebben de kennis vanuit de dagelijkse situatie in de dagelijkse praktijk. Zij weten wanneer het hen gelukt is om het anders te doen of wie hen daarbij zou kunnen helpen. Zij zijn enorme bronnen van steun. Zij zijn cruciale spelers bij het maken van zo’n veiligheidsplan. Kinderen ook omdat wat kinderen ervaren en meekrijgen en waar kinderen last van hebben is niet altijd waar wij denken dat ze last van hebben. Weten waar de veranderwensen zitten vanuit de kinderen is ook heel erg belangrijk om mee te nemen. Ook de goede aspecten die kinderen kunnen benoemen. Kinderen kunnen soms beter positieve uitzonderingen benoemen. Bijvoorbeeld kunnen ze vertellen wanneer papa helemaal niet boos was en hij rustig heeft uitgelegd dat ik iets niet goed deed. Dat zijn voor kinderen belangrijke vragen waar je met zo over in gesprek gaat. Soms denken we daar moeten we kinderen niet mee belasten want dat is allemaal veel te moeilijk. Maar als we dat net zoals bij ouders doen van uit die drie vragen; Waar maak je je zorgen over? Wat gaat goed? En Hoe zou je het graag willen? Als je dat maar bij elk thema aan de orde laat komen dan is het voor kinderen heel goed te doen. Ze hebben gewoon domweg het recht om over situaties die hen aangaan hun zegje te doen. Het is voor kinderen vaak veel moeilijker te begrijpen waarom allerlei mensen in huis lopen. Die hen niet betrekken bij iets wat hen wel degelijk aangaat. Als die mensen gewoon aangeven wat ze doen waarom ze komen en ook hun verhaal daarin horen, kinderen moeten hun verhaal kunnen maken van wat er gebeurt. En daarvoor hebben ze informatie nodig en moeten dingen uitgelegd worden en moeten ze hun input kunnen geven.

Wat is de volgende stap nadat je de situatie in kaart hebt gebracht?
Dan heb je een netwerkberaad om daar te kijken of er nog aanvullingen zijn, aanvullende zorgen en aanvullende positieve uitzonderingen. En daarna ga je met elkaar en wegen. Waar zit hun weging van de veiligheid. Dat kan uiteenlopen van; Het is zo onveilig dat we het belangrijk vinden dat de kinderen een poosje ergens anders gaan logeren ook al is het maar 1 of 2 dagen zodat we met ouders het gesprek aan kunnen gaan want ouders zijn nu overbelast. We moeten wel plannen maken en daarvoor is het nodig dat ouders tot rust kunnen komen. Zij zijn vaak ook heel erg geschrokken van de gebeurtenissen.

Op een schaal van 0 tot 10, zou 0 kunnen zijn; Het is nu zo onrustig of onveilig dat de kinderen even ergens anders moeten logeren zodat iedereen weer tot rust kan komen en dat we dan aan de gang gaan. En 10 is; Het is goed genoeg zoals het nu is. We kunnen het dossier sluiten. Die weging doe je met elkaar om te kijken hoe sta je erin? Om uit te diepen, wat zit er voor jou in het cijfer dat je gegeven hebt en zit daar informatie in die we in het bovenste vierkant vergeten zijn? Dan kan het zijn dat je vanuit de weging weer teruggaat naar het bovenste gedeelte van het raamwerk.

Dan ga je daarna met elkaar kijken, vanuit de weging, wat is nou hetgeen waar we bang zijn. Als we dit nu allemaal zo zien en we kijken naar die feitelijke zorgen. Waar zijn we dan bang voor dat er kan gebeuren als er niets verandert? Wat is het ergste gevolg daarvan voor de kinderen. En het ergste moet nooit catastrofaal zijn het moet een reëel gegeven zijn binnen de feitelijke zorgen.

Kun je een voorbeeld geven van zo’n risico-uitspraak?
Bijvoorbeeld dat je bang bent dat wanneer vader opnieuw zo boos wordt en hij weer uitspraken doet als ik sla je verrot of daadwerkelijk een kind in de gang tegen een kast duwt dat het kind opnieuw bang wordt of huilend het huis uit rent of weer gewond raakt. Je moet altijd kijken wat is reëel binnen de context van die situatie en van dat gezin.

En als je dan risico-uitspraken hebt gemaakt ga je vervolgens kijken wat je in plaats van dat zorgelijke gedrag wilt. En wat je wilt dat ouders of verzorgers van kinderen doen in plaats van dat zorgelijk gedrag om gerust te zijn op de veiligheid van de kinderen. Daarin beschrijf je weer gedrag van de ouders met een positief effect op het kind zoals je in de risico uitspraak beschrijft wat het gedrag van de ouders is en de negatieve effecten daarvan voor het kind.

In de gewenste situatie beschrijf je wat je wil dat ofwel ouders ofwel andere volwassenen, op het moment dat het voor ouders nog te moeilijk is het andere gedrag te laten zien, doen voor de veiligheid van de kinderen. Wij kunnen wel willen dat vader altijd nuchter is. Maar dat is niet altijd reëel wanneer er sprak is van verslavingsproblematiek bijvoorbeeld al heel lang duurt maar dan kan je wel zeggen dat we willen dat ouders er samen voor zorgen dat er altijd een nuchtere volwassene is die voor de kinderen zorgt. Dan nog vader gerust zijn hasj gaan roken of een whisky gaan drinken. Als hij dat maar niet doet als hij ook de zorg draagt voor de kinderen dan moet hij gewoon zorgen dat er iemand anders is. Het zou dan niet reëel zijn als je dan als veiligheidsvoorwaarde hebt dat hij altijd nuchter moet zijn.

Hoe weet je of mensen zich houden aan de afspraken die je maakt? Hoe realistisch is het allemaal?
Op het moment dat je dat soort dilemma’s hebt dan die leg je steeds weer terug in het netwerkberaad. Je moet het altijd linken aan de positieve uitzonderingen. Vragen we echt volledig nieuw gedrag, dat is hartstikke moeilijk. Vragen wij gedrag dat ouders eerder al hebben laten zien of wat ouders al eerder van bepaalde mensen voor hebben gevraagd om hen bij te ondersteunen en dat werkte. Dan is het een veel betere vraag. En als je dan kijkt naar de plannen die wij soms als hulpverleners maken dan vind ik dat ouders in het netwerk soms veel strakker en veel steviger op die veiligheid zitten dan wat wij als hulpverleners kunnen bieden. Wij zitten altijd met die stomme kantoortijden en het feit dat we er in de weekenden niet zijn en de mensen die echt gewoon willen dat het goed gaat met de kinderen, die betrokken zijn die denken niet in kantoortijden, die denken; Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn kleinkind altijd veilig is. Dat zijn ook de mensen die structureel een oogje in het zeil kunnen houden. Die er structureel voor de kinderen kunnen zijn. Wij verdwijnen weer.

Hoe gaat het verder als het plan gemaakt is?
Op het moment dat je een plan maakt is het belangrijk dat je met elkaar gaat evalueren. Wat ik nu zie is dat er eigenlijk op het eind te weinig wordt gedaan. Er wordt wel afgesproken dat dit gaat gebeuren maar er wordt niet goed afgesproken wie contact opneemt met wie als er voor een volgende evaluatie toch zorgen zijn. De evaluatie-data zijn soms een beetje willekeurig. Wanneer er veel speelt en er moet veel veranderen of het is heel spannend dan wil je dat die evaluatie vrij vlot geregeld is. Dan is drie maanden of zes maanden bij een acute situatie gewoon veel te lang. Dan wil je regelmatig bij elkaar komen. Dan spreek je met elkaar af dat je weer bij elkaar komt als er zorgen zijn. Om te kijken of het plan klopt of wellicht bijgesteld moet worden. Wat ik nu soms zie is dat het een open eind is. Het duurt lang voordat er geëvalueerd wordt en er wordt niet goed afgesproken wat er dan precies gebeurt als mensen zich zorgen maken. Met als gevolg dat er soms nog half in hoofden blijft hangen, als het niet werkt dan worden de kinderen uit huis gehaald. Op het moment dat die angst zit dan is het ook heel moeilijk voor mensen om hun zorgen weer te melden want zij willen niet degene zijn die ervoor zorgen dat er dan eventueel een uithuisplaatsing gebeurt. Dus ik vind het altijd dat je met elkaar moet afspreken wie contact opneemt met wie op het moment dat ze zich zorgen maken. Wat er dan gebeurt of wat er dan nodig is wordt in zo’n miniberaad met elkaar afgesproken. Want anders kan je nog zo mooie plannen maken als je ze niet afmaakt en niet in proces zet dan is het drijfzand.

Hoe lang duurt het om een veiligheidsplan te maken?
Dat hangt ervan af of je een situatie van acute of een structurele onveiligheid hebt. Onder druk kan heel veel en kan het snel. Zelfs als er vrijdagmorgen een vlam in de pan staat, kun je echt vrijdagavond wel een heleboel mensen om tafel hebben om een voorlopig veiligheidsplan te maken. Maar als je echt een plan wilt maken waar ook alle ins en outs ten aanzien van alle dingen die het lastiger maken in zitten dan heb je misschien wel een week of zes nodig. Je kunt dan gefaseerd alles met elkaar doordenken. Hoe snel je plan moet maken hangt af van de vorm van onveiligheid.

Hoe lang blijf je het gezin volgen?
Dat ligt een beetje aan de aard van de problematiek. Als het bijvoorbeeld aan verslavingszorg gerelateerd is we weten uit onderzoek dat verslaving niet zomaar over gaat. Dus dan wil je eigenlijk dat die veiligheid afspraken over het veilige gedrag, dat het een hele lange periode wordt voorgehouden zodat je een terugval periode van een verslaving daarin meegenomen hebt. Probeer bij verslaving in ieder geval een heel jaar te volgen. Want in een heel jaar heb je in ieder geval alle triggers, die aan dagen of tijden van het jaar gerelateerd zijn en waardoor een terugval kan komen, een keer te pakken. En veiligheidsplannen bij mensen met een verstandelijke beperking kan het misschien nog wel langer omdat daar de structurele problematiek bij ouders een rol speelt. Structureel ook die compensatie nodig is. Dat pleit er ook wel voor dat mensen lang betrokken zijn. Ook weer in samenspraak met iedereen, op het moment dat professionals zelf vinden dat zij langer betrokken moeten zijn, dan bedenk je weer wat voor de gezinnen eromheen. Op het moment dat je aangeeft van wat we weten uit onderzoeken, bijvoorbeeld dat bij deze soort situaties de triggers nog zo lang kunnen spelen dan breng je dat in en dan deel je dat met het netwerk. Op basis daarvan worden dan gezamenlijk plannen gemaakt.

Wil je nog iets meegeven?
We laten ons nu onder tijdsdruk soms zo opjagen. Om vooral in de actie te gaan. Soms gaat dat ten koste van het doordenken. We dat denken dat het goed doordenken veel tijd kost of luxe tijd is terwijl het juist helpt om niet terwijl je bezig bent met de uitvoering van een plan telkens weer overvallen te raken door nieuwe informatie die je misschien, als je in het begin de tijd had genomen om het samen goed te doordenken, niet zo overvallen zou worden. Je helpt elkaar ook succes ervaringen op te bouwen door met elkaar aan het begin van een casus goed te doordenken wat er aan de hand is en wat er moet gebeuren.

Dit was weer een podcast van TIMM Consultancy. Heel graag delen we deze kennis met je. Vind je het leuk om meer over ons te weten? Volg ons dan op social-media of schrijf je, via de website in voor de nieuwsbrief. Graag tot een volgende keer!