fbpx

Podcast #004 – Arianne Geuze – Risicotaxatie

Wil je meer weten over risicotaxatie? Arianne Geuze vertelt in deze podcast meer over wat risicotaxatie is en hoe je, samen met ouders, de risicofactoren in kaart kunt brengen. Arianne is gedragsdeskundige, heeft een eigen praktijk en werkt bij de Raad voor de Kinderbescherming. 

Veel luister plezier!

PS, lees je liever dan luisteren? Lees onderaan deze pagina dan het volledige transcript van deze podcast.

Schrijf je in voor de opleiding ‘Veiligheidsplan & risicotaxatie’ of ‘Samenwerken aan veiligheid’

Ben je geïnspireerd door het gesprek met Arianne Geuze en wil je deelnemen aan 1 van de 2 opleidingen gerelateerd aan deze podcast? Meld je dan direct aan! Er zijn meerdere opleidingsdata beschikbaar.

Welkom bij een nieuwe podcast van TIMM Consultancy. Vandaag een gesprek over risicotaxatie met Arianne Geuze. Arianne heeft een eigen praktijk KIDDO-com. Vandaaruit ontwikkelt ze gesprekshulpmiddelen en methoden en geeft ze ook trainingen. Daarnaast werkt ze bij de Raad voor de Kinderbescherming als gedragsdeskundige.

Kun je iets vertellen over risicotaxatie?
De risicotaxatie waar ik me vooral mee bezig houd is het in kaart brengen van factoren die de kans op kindermishandeling groter maken. Wanneer we met kinderen en gezinnen werken dan gaat het om veiligheid, dan willen we dat kinderen veilig kunnen opgroeien. Wat je bij risicotaxatie doet is kijken welke factoren eventueel in een gezin spelen die de ouder-kind relatie onder druk kunnen zetten. Die samenhangen met kindermishandeling.

En dat is wat anders dan veiligheidstaxatie. Bij veiligheidstaxatie kijk je naar concrete gebeurtenissen, dat doe je met het raamwerk, waarbij je kijkt welke feitelijke zorgen er spelen en hoe ernstig de veiligheid van de kinderen bedreigd wordt. Bij risicotaxatie kijk je naar de complicerende factoren. Als je naar bovenste vierkant van het raamwerk van Samenwerken aan Veiligheid kijkt dan staan deze linksboven. Aan de rechterkant, tegenover de feitelijke zorgen staan de positieve uitzondering. Het gaat daarbij echt om concreet gedrag van ouders naar kinderen dat veiligheid voor de kinderen meebrengt (feitelijk geconstateerd). De laag daaronder dat zijn de complicerende factoren met daarnaast de krachten en de steunbronnen. Daar kunnen factoren komen te staan die het moeilijker maken om de relatie tussen ouders en kinderen oké en veilig te houden. Die hoeven nog niet voor onveiligheid voor kinderen gezorgd te hebben. Want op het moment dat ze dat wel doen worden het feitelijk zorgen. Je kunt denken aan het hebben van een kwetsbaar kind. Stel je voor je hebt een heel jong kind, of je hebt een kind met een handicap, of met een heel laag zelfbeeld, dat zijn kindfactoren die ervoor zorgen dat ouders meer stress in de opvoeding ervaren. Dat kan leiden tot kindermishandeling. Dat kan de relatie tussen ouders en kinderen onder druk zetten. Bij risicotaxatie kijk je of er factoren meespelen waarvan we weten dat ze de waarschijnlijkheid op kindermishandeling met zich meenemen.

Eén daarvan gaat over een kindfactoren. Waar kan het nog meer over gaan?
Het kan over ouder-factoren gaan. Bijvoorbeeld of ouders zelf in hun verleden mishandeling hebben meegemaakt. Een heleboel ouders nemen zich juist voor om het anders te doen en daar speelt helemaal geen kindermishandeling. Maar er zijn ook ouders die door wat ze meegemaakt hebben te weinig voorbeeldgedrag hebben en die juist onder stress het gedrag laten zien wat ze zelf ook hebben meegemaakt, terwijl ze dat heel naar vinden.

Een andere zijn de gezinsfactoren. Op het moment dat er een heleboel gebeurd is in de periode
voorafgaand aan jouw bemoeienis met het gezin, kan de balans tussen draagkracht en draaglast uit evenwicht zijn en dat kan ervoor gezorgd hebben dat ouders op hun tenen lopen omdat ze gewoon veel te veel aan hun hoofd hebben. Daarbij is het risico op kindermishandeling ook aan de orde. 

Tijdens het traject van veiligheidsplanning ga je de feitelijke zorgen samen met ouders in kaart
brengen en zorgen dat er positieve uitzonderingen of beschermende acties voor in de plaats komen. Maar als je die andere factoren, op kindniveau, ouderniveau, gezinsniveau of in de ouder-kind interactie, niet in kaart brengt dan kan het zijn dat een gezin weer vrij snel terugkomt. Doordat we niets gedaan hebben aan bijvoorbeeld financiële problemen. En dat terwijl we uit onderzoek weten dat wanneer financiële problemen spelen dit enorm veel stress oplevert. Ouders kunnen daar zo mee bezig zijn dat het zorgt voor nieuwe problemen of hernieuwde problemen in de ouder-kind relatie.

Dus wat je doet tijdens risicotaxatie is dat je nagaat, met de ouders, het gezin en met de betrokken hulpverleners, of er in het gezin nog sprake is van risicofactoren die de ouder-kind relatie onder druk kunnen zetten. Die wil je ook meenemen in je plan zodat op het moment dat je de casus afsluit je er niet alleen voor gezorgd hebt dat het veilig is maar ook dat die risico’s in de nabije of verdere toekomst aangepakt zijn. Dat het gezin echt veilig en stevig verder kan.

Dan ga je kijken of je wat aan die stress factoren kunt doen zodat de stress afneemt?
Je begint met een veiligheidsplan voor de feitelijk zorgen die onveiligheid met zich meenemen.
Daarna kijk je in een hulpverleningsplan hoe je eventueel de complicerende factoren, die ook nog spelen, in kaart kunt brengen en hoe je voldoende tegengas kunt geven doordat je krachten en steunbronnen inschakelt.

Dat zit denk ik ook heel mooi verwerkt in de titel van de training die jij en ik geven over veiligheidsplanning; Van onveilig naar veilig en van lastig naar krachtig.
Ja want je pakt eerst de bovenste twee vakken van het raamwerk die gaan over de onveiligheid en daarna de onderste blokken die gaan over dat waar je echt last van hebt en je probeert daar meer krachten tegenover te zetten.

Jaren geleden heb je de CARE-nl, een van de risico-taxatie instrumenten omgezet in een vorm
die in je in gesprek met ouders kunt gebruiken. Een voorloper van de COMPLI-kaarten die we
ontwikkeld hebben. Hoe kwam je daar zo bij?

Ik vind zelf het oplossingen gericht werken; samenwerken aan veiligheid en Signs of Safety, een hele waardevolle manier van werken. Daar staat het samen doordenken en transparant zijn centraal en dat is een enorme meerwaarde. Mensen moeten zoveel mogelijk eigenaar van hun eigen situatie zijn. Van de manieren die ook bij hen passen om zorgen op te lossen. De CARE-nl is, net zoals de ARIJ of een van de andere risicotaxatie instrumenten, een taxatie die je niet zozeer mét mensen doet maar meer over mensen. De risicotaxatie wordt dan gedaan op basis van dossiermateriaal en idealiter ook op basis van gesprekken die je met het gezin hebt gehad. Vanuit meerdere bronnen vul je een risicotaxatie lijst in. Dat is veel meer denken over mensen, dan denken met, wat ik zo waardevol vind in het oplossingsgericht werken. Ik vind dat je bij het bespreken van complicerende factoren ook aan ouders moet kunnen vragen wat het lastiger maakt. Bijvoorbeeld; “Vindt u het oké dat we een aantal factoren nalopen waarvan we uit onderzoek weten dat ze het lastiger maken in de relatie tussen ouders en kinderen, zodat u kunt kijken wat er eventueel nog aan factoren tussen zit die ook voor u gelden, waar u ook veranderwensen in hebt?”. Als we dat niet doen dan laten we na om in de gezamenlijke inventarisatie die dingen in te brengen waarvan we op basis van onze professionele kennis weten dat ze wel heel relevant zijn.

Dus is het is belangrijk dat je ouders kunt uitleggen waarom je bepaalde vragen gaat stellen?
Het is je legitimatie en je wilt, dat wat je inbrengt ook ten dienste staat aan het doordenken van de situatie met elkaar. En dat doe je niet door bepaalde informatie over hen heen of vanuit een dossier te bespreken. Dat doe je door die punten ook in te brengen en ouders, kinderen en ook het netwerk te laten zien dat dat wel speelt en dat dat wel belangrijk is. Zodat we op het eind van het traject echt helemaal gerust zijn. Niet alleen over de veiligheid tot nu toe. Maar ook voor de veiligheid in de toekomst.

Hoe ga je verder nadat je ouders uitgelegd hebt waarom je dit met hen wilt bespreken?
Als je nu kijkt naar risicotaxatie lijsten dan is het professionele taal, het is allemaal professionele
kennis. Het zijn hulpmiddelen waarin professionals elkaar vinden in de beschrijvingen van gezinnen. Als je dat samen met het gezin wilt bespreken zul je je taal ook af moeten stemmen op de cliënt. Je moet een instrument dat in eerste instantie een professioneel instrumentarium is, omzetten in iets waarover je gewoon met ouders en het netwerk in gesprek kunt gaan. Ook de volgorde waarin je onderwerpen bespreekt is belangrijk. In de CARE-nl is de eerste vraag of ouders eerder hun kind hebben mishandeld of verwaarloosd. Op zich heel logisch want vanuit onze professionele kennis weten we dat dat de risicofactor is die het zwaarste telt. Als het eerder gebeurd is, is dat de grootste voorspeller voor hernieuwde mishandeling of verwaarlozing. Het is enorm belangrijke om dat wel in kaart te brengen. Alleen als je in gesprek met ouders gaat is dat niet de eerste die je bespreekt. Dat schrikt ouders af.

Je moet van tevoren bedenken hoe je met ouders in gesprek gaat over die risicofactoren op een manier die voor hen ook prettig is en waarin je van buiten naar binnen werkt. Je begint met een kindfactor waarbij je vraagt; “We weten dat kinderen die jong zijn of een stoornis hebben meer van ouders vragen en dat daarbij de kans op stress of het even niet weten groter is. Speelt dat bij jullie ook, hebben jullie een kind dat extra zorg of begeleiding vraagt?”. Vanuit de risicotaxatie wil je dan eigenlijk alleen maar een ja of nee. Om te kijken hoeveel factoren er wel of niet spelen. Vanuit het oplossingsgericht denken wil je veel meer dan dat. Dan wil je vragen; “Wat betekent dat, wanneer en op welk moment wordt het dan moeilijker? Maar ook; Wanneer lukt al wel en hoe lukt je dat? Is dit iets waar je tevreden genoeg over bent of waar je eigenlijk nog krachtiger in zou willen worden?”. Dit doe je om ook op de langere termijn de relatie tussen ouders en kinderen lekker te laten lopen. Je stelt eerst vragen over het kind, en daarna over de gezinssituatie. Je kan dan wat over de ouder en kind interactie vragen op het moment dat daar dingen spelen. Je zit dan al dicht bij feitelijke zorgen want die gaan ook over ouder-kind gedrag. En als laatste vraag je dan naar de ouderfactoren. Je stelt je vragen altijd in een soort van drieslag; (1) speelt iets, zo ja op wat voor manier en wat merken de kinderen ervan, (2) zijn er uitzonderingen, wanneer lukt het wel (3) en wat zou je nog beter willen kijkend naar zorgen.

De eerste vertaalslag die je hebt gemaakt was de professionele taal omzetten naar taal die de
client begrijpt. Daarna zijn we samen gaan stoeien hoe je dit ook kunt vertalen voor ouders die
minder verbaal zijn, of die moeite hebben met de woorden.

Het blijft als je niet uitkijkt iets van mag ik even een checklist met je nalopen. Wat je graag wilt is dat je dingen ook, zoals alles in het samenwerken aan veiligheid, samen oppakt. Een werkvorm die je samen kunt doen, in plaats van de professional tegenover de ouders, is helpend. We hebben kaartjes gemaakt waar de vragen op staan. Zodat je ook samen kunt kijken welke onderwerpen er zijn en welke vragen erbij horen. Dan wordt het al meer iets dat je samen doet. Voor ouders die minder verbaal zijn is het ook heel fijn om daar plaatjes bij te hebben. Je doet toch een appèl op een ander stuk van de hersenen en het communiceert veel sneller. Je kan in een oogopslag zien waar je anders heel veel woorden voor nodig zou hebben. We hebben een combinatie gemaakt van hele mooie pictogrammen, die voor de risicofactoren staan met daarnaast ook altijd een kaartje met daarop de uitleg en de vragen. Zo kun je samen met ouders de complicerende factoren in kaart brengen. 

Na de fase van je veiligheidsplanning, dat is wat je altijd eerst doet, je wilt eerst zorgen dat het veilig en rustig genoeg is, dan ga je nog een verdiepingsslag maken. Dan kijk je met hen naar de dingen die hen als gezin krachtiger zouden maken, wat hun veranderwensen zijn. Helpende vragen zijn dan; “Wat zijn de dingen die je zou willen veranderen? En welke daarvan hebben bijvoorbeeld het meeste effect op hoe het bij jullie thuis prettiger zou lopen?”. Dan kan je de dingen die het meeste effect hebben als eerste aan pakken in een hulpverleningsplan. Want in een veiligheidsplan is de aandacht gericht op die veilige situatie en in je hulpverlening is je aanpak veel meer gericht op het krachtiger maken. Op risico gestuurde zorg.

Waar staat de naam COMPLI-kaarten voor?
Dat is omdat het de complicerende factoren zijn. Maar in de manier waarop wij het inzetten willen we niet alleen kijken naar wat maakt het allemaal lastiger maar ook naar wat lukt al wel. En daarmee kun je ook complimenten geven of kunnen ouders zichzelf complimenten geven en zien wat voor krachten en steunbronnen ze daarvoor al beschikbaar hebben. Het zijn de eerste letters van complicerende factoren en van complimenten. Beide is in het werken met gezinnen en kinderen belangrijk.

Want anders mis je hele belangrijke informatie.
Informatie die over de momenten gaat waarop het al beter lukt, zorgen weer voor die mooie balans die in het oplossingsgericht werken zit. Je krijg ook een stuk motivatie omdat mensen zelf kunnen zien dat ze eigenlijk al veel hebben gedaan. Het brengt ook hoop met zich mee. Het geeft motivatie om het nog langer vol te houden.

De risicotaxatie gebruik je onder andere om te kijken welke hulp nog nodig is?
Op het moment dat er financiële problemen zijn en ouders weer heel veel rekeningen krijgen dan schrikken ouders daar zo van dat ze bijvoorbeeld de deur niet meer open doen voor anderen. Maar dus ook niet voor de mensen die voor het kind belangrijk zijn. Al is het maar in de vorm van bijles geven aan de kinderen. Op die manier worden de problemen steeds weer groter. Als ouders in hun eigen systeem iemand hebben die hen wil helpen om de financiën te blijven ordenen. Dan hoef je misschien helemaal geen professionals in te zetten maar dan kan een zwager of een broer of een schoonzus die daar toevallig heel goed in is, die papieren bijhouden. Dat kan er op langere termijn voor zorgen om het ook veilig te houden.

Nadat je bezig bent geweest met risico gestuurde hulpverlening wat zou je daarna nog kunnen
doen?

Daarna zou je nog meer krachten en steunbronnen kunnen toevoegen. Daar zit ook herstel gerichte zorg in. Stel je voor dat er tussen ouders en kinderen al een poos trammelant is en de ouders zitten met de handen in het haar en slaan het kind. Dan moet je eerst het slaan aanpakken. Maar als dan blijkt dat het een heel kwetsbaar kind is wat bijvoorbeeld problemen op school heeft en niet meekomt of gepest wordt. Dan zul je meer moeten doen aan hoe kunnen ouders dit kind goed begrijpen en de begeleiding geven die het nodig heeft zodat die triggers eruit gaan. Het kind zelf heeft misschien wel problemen met sociale vaardigheden. Dan kan een sociale vaardigheidstraining weer inhoud toevoegen aan de krachten. Het is natuurlijk fantastisch als je met een toekomstgericht plan ervoor zorgt dat alle beschermende acties, alle steunbronnen en krachten heel frequent ingezet worden maar ook heel gevarieerd ingezet worden en ook in allerlei situaties en voor een hele lange termijn.

Daarvoor ga je kijken of de gezinssituatie nu zo toegerust is, dat stel je voor dat het ergens niet lekker gaat, zij ook weten hoe je dat aanpakt. Dan heb je een toekomstplan. Dan heb je alle fasen doorlopen en kan je echt met een gerust hart afsluiten. En hoef je niet bang te zijn dat je dingen gemist hebt waardoor in de gezinssituatie toch allerlei dingen weer gaan spelen. Want dat is wat we nu vaak doen.

We kijken niet in de breedte naar de risicofactoren. We hebben eigenlijk een te beperkte blik en lossen dingen vaak op met een IOG of een opvoedinterventie. Terwijl als er bijvoorbeeld financiële problemen in een gezin zijn, de stress heel hoog is, het lerend vermogen van ouders niet op aan staat. Ze zitten alleen maar te denken; hoe zorg ik dat ik volgende maand de huur weer bij elkaar krijg want anders word ik uit huis gezet. Onder dat soort omstandigheden kun je eigenlijk niet zeggen dat we opvoedondersteuning in gaan zetten want ouders profiteerden daar onvoldoende van.

En misschien is het ook helemaal niet nodig?
Als de stress afzakt en je de veiligheid op een andere manier gewaarborgd hebt dan is dat misschien niet de meest voor de hand liggende. Het nare is dan kiezen wij voor een opvoedinterventie en ouders zitten in de stress en profiteren daar onvoldoende van. Als we dan niet uitkijken gaan wij vervolgens ouders als minder leerbaar of niet leerbaar bestempelen. Terwijl we zelf niet goed hebben gekeken. En verkeerde dingen hebben aangeboden ook al is dat met de beste intenties. Vanuit het perspectief dat wij hadden was het misschien wel heel passend. Maar de vraag is of ons perspectief niet te smal was.

Voor het inschatten van welke stappen allemaal nodig zijn, waar ouders baat bij kunnen
hebben, is het belangrijk om eerst uitgebreid in kaart te brengen wat de risicofactoren zijn. Dat
vraagt veel van ouders, het vraagt om openheid. Hoe kan je dat voor elkaar krijgen?

We willen het goed hebben voor het gezin en je wilt geen half werk leveren. Dat willen zij voor hun kinderen niet. En dat willen wij als professionals voor gezinnen niet. En dat betekent dat je in die eerste fase gewoon écht met elkaar in de breedte gaat kijken. Op het moment dat je kunt legitimeren dat je vraagt wat je vraagt. Door ook uit te leggen; als we daarin dingen missen doen we jullie tekort. Dan zie je dat ouders echt wel bereid zijn, zeker als wij kunnen uitleggen wat de samenhang tussen onze vraag en de risico’s voor kinderen zijn. Zij willen ook dat het goed gaat met de kinderen.

Wil je nog tips meegeven?
Zorg dat je aan het begin van een traject de tijd neemt om dingen goed te doordenken. Een goed begin is echt het halve werk. Wat je nu ziet is dat onder tijdsdruk mensen in de actie schieten. En dat is logisch ze willen ook snel helpen. De intenties zijn goed maar daarmee worden misschien niet de beste interventies of de beste stappen gezet die handig zijn of die handig blijken als je hem nader hebt doordacht. Met natuurlijk wel één mits. Als er op dit moment acute plannen nodig zijn dan moet je niet gaan vertragen. Dan maak je een snel korte termijnplan en ga je daarna met elkaar de tijd nemen om dingen breder te doordenken.