fbpx

Podcast #005 – Nanda de Bruin – Trauma

Hoe ontstaat trauma en hoe kunnen we op een andere manier kijken naar gedrag van kinderen? In deze podcast met Nanda de Bruin praten we hier over. Nanda is een van de trainers die voor TIMM Consultancy de trainingen over trauma verzorgt.

Veel luister plezier!

PS, lees je liever dan luisteren? Lees onderaan deze pagina dan het volledige transcript van deze podcast.

Schrijf je in voor de opleiding ‘Traumasensitief werken’

Ben je geïnspireerd door het gesprek met Nanda de Bruin en wil je deelnemen aan de opleiding ‘Traumasensitief werken’?

Meld je dan direct aan!

Hoe ontstaat trauma en hoe kunnen we op een andere manier kijken naar gedrag van kinderen? In deze podcast met Nanda de Bruin (Behind Behaviour) praten we hier over. Nanda is een van de trainers die voor TIMM Consultancy de trainingen over trauma verzorgt.

Anders kijken naar gedrag:
Vanuit het werken in de vrouwen opvang zagen we dat heel veel kinderen last hadden van traumatische ervaringen maar dat het gedrag dat ze lieten zien heel vaak gezien werd als gedrag dat hoorde bij bijvoorbeeld ADHD of ASS. Tijdens trainingen leggen we uit wat er schuil kan gaan achter gedrag van kinderen. Het gaat echt over anders leren kijken naar gedrag van kinderen. Dit gedrag is er en dat is lastig maar het is belangrijk om te kijken waar dit gedrag nou eigenlijk vandaan komt om bij de wortel te kunnen veranderen.

Soms worden er andere diagnoses ‘opgeplakt’ n.a.v. symptoomgedrag en wordt trauma als onderliggende oorzaak niet erkend. Ik denk dat ongeveer 70 à 80 procent van de kinderen die binnenkwamen bij de vrouwenopvang ofwel de diagnose ADHD ofwel ASS of een combinatie van beide had, waar eigenlijk een chronisch patroon van huiselijk geweld achter bleek te zitten. Hierdoor is bijvoorbeeld het hyperalerte gedrag, het hele oplettende en het niet kunnen concentreren van die kinderen eigenlijk heel logisch, ze hebben het gedrag ook nodig als overlevingsmechanisme in een onveilige situatie.

Waar hebben deze kinderen dat overlevingsgedrag voor nodig gehad?
Als je ouders bijvoorbeeld thuis heel vaak ruzie met elkaar hebben dan word je ontzettend alert, je gaat opletten en gaat op je tenen lopen, je gaat kijken ‘wanneer kan de uitbarsting komen’, zodat je jezelf psychisch en eventueel lichamelijk kunt voorbereiden. Psychisch bijvoorbeeld door je af te sluiten, ‘uit te gaan’, lichamelijk bijvoorbeeld door naar boven te gaan en je kleine broertje mee naar boven te nemen. Maar dat heeft als gevolg dat alle antennes ( ‘waar is gevaar’) de hele dag aanstaan. En dat is maar goed ook want op die manier kun je je goed voorbereiden op een onveilige situatie. Die antennes gaan in wel veilige situaties, bijvoorbeeld op school, alleen vaak niet meer uit.

Waardoor komt het dat deze antennes niet meer uitgaan?
Je stresssysteem is chronisch aangezet, je kan niet meer goed onderscheiden wat veilig is en wat niet. Dat heeft er ook mee te maken dat de onveiligheid die jij ervaart in de thuissituatie, de plek die eigenlijk je veilige haven en je veilige basis zou moeten zijn, je stresssysteem ontregeld. Je kan dan door van alles getriggerd worden. Bijvoorbeeld als je vader een rode trui aan heeft terwijl hij je moeder slaat, dan kan het zo maar zijn dat als de leerkracht een rode trui aanheeft jij weer terug gaat naar het moment van dat vechten thuis.

Hoe zie je bij kinderen dat zij door iets getriggerd worden en weer terug zijn in de onveilige situatie?
Dat verschilt ontzettend per kind. Sommige kinderen trekken zich volledig terug. Je leest in verslagen dan vaak dat ze ‘niet aanwezig zijn’. Andere kinderen krijgen juist woedeaanvallen en zijn heel druk, of kijken steeds om zich heen of lijken soms ruzies uit te lokken. Het gedrag kan zich zowel naar binnen als naar buiten toe uiten.

Wat gebeurt er dan bijvoorbeeld als kinderen getriggerd worden?
Je leest wel eens terug dat kinderen liegen over wie er begonnen is bij een ruzie of wat er gebeurde. Als je dan goed kijkt, krijg ik vaak het idee dat kinderen al lang uit hun raampje (window of tolerance) zijn geschoten waardoor ze eigenlijk helemaal niet meer konden nadenken. En dat wij als volwassenen dan wel van ze verwachten dat ze nog logisch nadenken en ook de taligheid hebben om daar over te vertellen. Terwijl als je mensen brein uitgeschakeld is, omdat je in de overlevingsstand staat, dan wil praten helemaal niet meer zo goed en logische verbanden leggen ook niet. Kinderen hebben dan heel vaak een black out en weten niet meer wat er nou echt gebeurd is. Wat dan door volwassenen weer geïnterpreteerd wordt als liegen.

Het uit zich op een heleboel verschillende manieren en dat heeft er natuurlijk ook mee te maken met dat we allemaal verschillende unieke mensen zijn maar ook allemaal in verschillende unieke situaties leven. Ik denk dat temperament daar ook wel een onderdeel van is. Maar aan de andere kant is de centrale vraag in mijn optiek wel altijd waar is dit gedrag een oplossing voor? Hoe komt dat?

Ik heb ook vaak van kinderen terug gehoord dat die vraag heel weinig gesteld wordt. In mijn optiek kunnen kinderen vaak heel goed vertellen waarom dat nou eigenlijk zo is. Wij moeten daar wel heel specifiek op (leren) doorvragen.

Wat zijn helpende vragen om aan kinderen te stellen, bijvoorbeeld bij een ruzie op school?
Wat was de aanleiding? Wat was de trigger? Ik vind dat het altijd heel erg helpt als kinderen een stoplicht hebben om zelf inzicht te krijgen in; Wat zijn nou dingen/gebeurtenissen/situaties waardoor je de spanning oploopt? Eigenlijk ga je samen ontdekken op wat voor momenten wordt er bij jou iets getriggerd waardoor je stressniveau omhoog gaat. En dan kun je ook samen kijken of dat bij deze situatie hoort of misschien ergens anders bij hoort. Hoe is dat gekomen? Was dat altijd zo?

Maar ook de vraag; Hoe komt dat? Als voorbeeld een casus van een meisje die absoluut niet mee wilde op schoolreisje. Toen is de conclusie getrokken dat ze logeren heel eng vond. Ze zijn gaan oefenen met dat kindje om toch wat vaker een middagje bij vriendjes te zijn. Want het zou toch fijn zijn als ze ook mee kon op schoolreisje. Later bleek dat ze niet mee wilden omdat ze bang was dat haar stiefvader haar moeder wat aan zou doen. Ze wilde thuisblijven, ook omdat ze nog een kleiner zusje had. Pas toen de logische vraag wel gesteld werd aan haar, zonder dat haar ouders daarbij waren; ‘Hoe komt het dat je niet mee wilt op schoolreisje?’, bleek dat dat de reden was.. Zij had geruststelling nodig, veiligheid en afspraken daarover in plaats van therapie gericht op een symptoom.

Hoe gaat dan de terugkoppeling naar ouders
Je moet dat in openheid met ouders bespreken, dat vind ik heel nauw komen. Aan de ene kant heb je, zeker met jonge kinderen, de verplichting om alles met de ouders te bespreken. Maar aan de andere kant, als je aan jonge kinderen, die bijvoorbeeld in een hele moeilijke thuissituatie verblijven, bij aanvang van een gesprek vertelt dat alles wat we hier bespreken ook met ouders wordt besproken, dan sluiten er wel een heleboel deuren. Dan verwacht je eigenlijk van een kind dat ze, in mijn optiek, een volwassen overweging kunnen maken. Een kosten baten afweging, terwijl kinderen totaal geen zicht hebben op wat het zou kunnen opleveren en of veiligheid gewaarborgd is. Ook omdat we ze niet vaak genoeg meenemen als je gesprekspartner. Dan komt het wel heel nauw hoe je dat gaat uit te leggen. Bijvoorbeeld; Je mag me alles vertellen, ik kan je niet beloven dat ik het voor mezelf houd, want als ik me zorgen maak ga ik dat ook met anderen bespreken. Maar ik ben hier voor jou en voor jouw veiligheid, en ik wil samen met jou kijken wat ik kan doen om jou te helpen.

Dan ga je die stappen die je zet ook weer terug te koppelen richting het kind, wat je gaat doen, wanneer je dat doet, wat het effect daarvan is zodat kinderen ook merken dat je betrouwbaar bent.

Hoe kun je tijdens de gesprekken met ouders rekening houden met hun spanningen, hun ‘traumabrein’?
Dat maakt het aan de ene kant soms lastig omdat ouders zelf ook in zo’n stressstand staan.De verwachtingen die wij hebben van goed genoeg ouderschap blijken dan vaak best wel heel hoog te zijn. Zeker als er geen ruimte is voor het eigen trauma of de eigen ervaringen van ouders, dan is dat eigenlijk een onmogelijke opgave. Ik vind dat de crisis vaak ook een kans is, omdat ouders vaak wel herkennen wat er gebeurt en er vaak zelf er ongelooflijk veel verdriet van hebben en soms ook ontzettend opgelucht zijn dat het naar buiten komt zodat er iets kan veranderen. Maar dat ze op dit moment alleen nog niet weten hoe ze het moeten veranderen.

Begrip
Voor kinderen en ouders is het belangrijk dat we begrijpen hoe trauma werkt. Dat we snappen dat er verschil is tussen onwil en onkunde. Kinderen kunnen vaak ook heel goed begrijpen dat papa en mama ook dingen moeten leren. Net als iedereen.

Voor welke beroepsgroepen is het, naast jeugdzorgwerkers, nog meer belangrijk om veel over trauma te weten? Hoe kan trauma zich dan bijvoorbeeld uiten?
Eigenlijk voor iedereen die met mensen werkt. De politie bijvoorbeeld, omdat ze vaak naar huizen toegaan n.a.v. geweldsmeldingen. Voorbeeld waarbij de politie afgaat op een melding van ouders die heftige ruzie hadden ’s nachts, het waren drugsverslaafde ouders. De politie zag twee kinderen in huis die er niet veel last van leken te hebben, ze zaten achter de televisie en reageerden niet. Daar kun je je van afvragen hoe ernstig ben je al gewend aan dit soort incidenten als dat je reactie is. Daarin moeten we ons realiseren dat het niet oké is en misschien moeten we eens kijken wat er met deze kinderen aan de hand is en wat zij nodig hebben.. Eigenlijk in de hele brede zorg voor jeugd ook in de ggz is het in mijn optiek niet standaard genoeg om te vragen wat is er nou gebeurd in jouw leven? Hoe komt dit? Wanneer is dit verandert?  Je leest heel vaak in dossiers dat het ‘ineens’ niet goed meer ging op school. Maar als je dan doorvraagt bij hulpverleners die betrokken zijn dan is het lang niet altijd duidelijk wanneer en waardoor er iets is veranderd.

Zicht krijgen op ingrijpende gebeurtenissen in het leven van het kind.
Het is belangrijk om een tijdlijn te maken en een genogram, om zo meer zicht te krijgen op gebeurtenissen en het gezins- en familiesysteem. Eigenlijk moet je continu een soort detective spelen. Dat klinkt alsof je inbreuk maakt op de privacy maar dat bedoel ik niet, gewoon echt onderzoeken wat zijn belangrijke gebeurtenissen in jouw leven geweest. Kinderen vinden het vaak moeilijk om daarover te praten. Dan begin ik er vaak over te praten, zonder over de inhoud te praten. ‘Zijn er meer dingen die je wel zou willen vertellen maar die je lastig vindt?’ (Meta-communicatie). Praten over het onderwerp zonder er inhoudelijk over te praten meteen.

Ik benoem vaak dat bijna alle kinderen dat lastig vinden. Noem dan voorbeelden van dingen die bij anderen kinderen hebben geholpen, bijvoorbeeld dat we eerst gingen voetballen, of samen een cake bakken, of dat anderen het belangrijk vonden dat ik eerst vijf keer liet zien dat ik betrouwbaar was. Het helpt hen dat ze dan voelen dat ze niet de enige zijn die het meemaken en het moeilijk vinden erover te praten.

Het helpt ouders en kinderen om meer te weten over de effecten van trauma, dat er termen voor zijn, het een naam heeft. Uitleggen dat ze er dus niks aan kunnen doen dat ze uit hun raampje gaan, dat je een woedeaanval krijgt en dat je er niks aan kan doen, dat je er even niet bent. Dat er niet zoveel mis met je is en dat je eigenlijk een je overleving mechanisme hebt dat ontzettend goed werkt.

Ik draai het wel eens om als een compliment. ‘Jeetje dit is heel knap van jou en van jouw lijf, dat het allemaal zo goed gewerkt heeft. Alleen nu heb je er last van omdat het ook in andere situaties gebeurt.’ Daarmee geef je weer een stukje hoop. Je kunt het ook weer loslaten en je kunt leren om het op een andere manier te doen.

Wat kunnen professionals doen om kinderen te helpen om de overlevingsstrategie weer loslaten in situaties waarin het wel veilig is?
In eerste instantie een niet oordelende houding hebben, een nieuwsgierige houding. Maar ook het kind serieus nemen als gesprekspartner. Meer kennis hebben over hoe trauma eruitziet en welke gedragingen erbij horen, welke symptomen erbij horen. Het gaat erom dat we allemaal breder leren kijken.

Als er symptomen zijn, bijvoorbeeld een kind dat zich niet kan concentreren, dat je dan gaat kijken hoe dat dan komt en in welke situatie dat misschien anders is. Zoek naar uitzonderingen. Op het moment dat je gaat kijken naar gedrag van kinderen en je hebt het er met elkaar over dat je je dan ook afvraagt of het kind hele nare dingen meemaakt of mee heeft gemaakt en er sprake zou kunnen zijn van trauma.

Daarin zie je dat ADHD een veel gehoorde diagnose is waar we aan gewend zijn in Nederland. De diagnose PTSS werd bijvoorbeeld eerder vooral gelinkt aan soldaten en pas later werd gezien dat er bij kinderen ook sprake kan zijn van PTSS.. Maar het is niet zo dat als je niet de diagnose PTSS hebt, dat je dan niet ontzettend veel last kan hebben van dingen die er gebeurd zijn. Trauma is ook niet iets statisch, niet iets wat vaststaat maar heeft o.a. te maken met jou, met je omgeving met je copingstijl, met je veiligheid.

Wat maakt dat als meerdere mensen hetzelfde meemaken dat de ene daar heel veel last van gaat krijgen en andere niet?
Dat heeft met verschillende dingen te maken. Als wij bijvoorbeeld samen hetzelfde heftige auto-ongeluk zien gebeuren en jij wordt vijf minuten later opgevangen door een vriend die jou een knuffel geeft en ik moet nog twee uur in mijn eentje met de auto naar huis rijden, dan kan dat al een heel groot verschil maken. En een gevoel van machteloosheid kan ook een ongelooflijk grote rol hebben. Het helpt als je het gevoel hebt dat je zelf iets hebt kunnen doen.  Iets wordt ook veel traumatisch als je overlevingsmechanisme niet meer werkt. Want dan kun je helemaal niks meer. Daar heeft het veel mee te maken en met de reactie van omgeving na afloop.

Voorbeeld daarvan is dat erover praten of dat iets er mag zijn ongelooflijk helpt. Heel veel volwassenen hebben bijvoorbeeld last van het verlies van een ouder of broertje of zusje waar dan nooit over gepraat is.

Training traumasensitief werken; wat komt er tijdens de training aanbod?
We gaan het hebben over wat trauma nou precies is en hoe zich dat uit bij kinderen en bij volwassenen. En we gaan ook het een en ander uitleggen over hoe trauma zich in je hersenen en in de rest van je lijf uit. Wat gebeurt er nou? Hoe komt het dat je ‘uitgaat’ of dat je heel boos wordt over iets. We gaan het ook hebben over een trauma sensitieve houding. Hoe kun je mensen zo benaderen dat er ruimte komt om het er over te hebben, om ervoor ze te zijn en ze ook te helpen herstellen. En we gaan het nog hebben over hechting omdat trauma en hechting vaak met elkaar samenhangen.  

Laatste tips?
Wees nieuwsgierig. Vraag je steeds af, als jij iets hebt meegemaakt, wat zou dan helpen? Hoe zou de ander jou moeten benaderen? Als je dat altijd meeneemt dan zijn we al een heel eind.

Dankjewel voor dit gesprek!