11 tips voor het bespreken van casussen waar sprake is van huiselijk geweld

casussen huiselijk geweld bespreken 11 tips

Hoe kun je de casuïstiekbespreking nog zinvoller maken en de inbrenger met een tevreden gevoel weg laten gaan? 

Een betere toekomst

Gezinnen waar sprake is van huiselijk geweld hebben veel baat bij duidelijke kaders, bij mensen die aansluiten bij hun tempo en hen stap voor stap helpen om te reflecteren op hun eigen situatie.

Samen te kijken naar dat wat hen zorgen baart, dat wat goed gaat en verhelderen waar ze naartoe willen. Dat laatste geeft weer hoop op een betere toekomst met positieve uitkomsten.  

Moeilijke casussen

Dat geldt ook voor de professionals die werken met deze gezinnen. Soms kan een casus voor veel hoofdbrekers zorgen. Dan zie je niet goed meer hoe je eruit moet komen of wat je als eerste of als laatste moet doen. 

Je hebt dan je collega’s nodig om samen de situatie te doordenken zodat jij weer weet wat jouw volgende stap is en waar je naartoe werkt. 

De valkuil van tips geven tijdens de casuistiekbespreking

En toch zijn we vaak geneigd om collega’s tijdens casuïstiekbesprekingen te overladen met tips en adviezen. Wie weet zitten daar hele waardevolle tips tussen en werkt het heel goed voor jou. Maar het is de vraag of je collega er mee uit de voeten kan?!

Hoe kan het ook anders? 

11 Tips om het bespreken van huiselijk geweld casussen beter te structureren:  

  1. Vraagverheldering.
    Een goede casuïstiekbespreking begint met een goede vraagverheldering. “Wat maakt dat je de casus inbrengt?” of “Wat is het dilemma waar je tegen aanloopt?”, “Waar wil je het tijdens deze bespreking over hebben?”, “Hoe is dat helpend voor jou?”. 

  2.  Weging.
    Vraag je collega hoe zwaarwegend het dilemma is. Hiervoor kun je een schaalvraag gebruiken. Bijvoorbeeld; Op een schaal van 0 tot 10 waarbij 0 = deze casus houdt me ’s nachts uit mijn slaap, ik weet absoluut niet meer wat ik moet doen, ik stop er mee als ik na deze bespreking geen perspectief meer zien en 10 = ik vind het een superleuke casus en ik red me prima.

  3. Methodisch.
    Maak een keuze t.a.v. welke methode je gebruikt voor de bespreking van het dilemma. Zodra duidelijk is wat de vraag van de inbrenger is kun je een bijpassende werkvorm kiezen. 

  4. Expertise delen of vragen stellen.
    Wanneer de expertise van het team gevraagd wordt, bijvoorbeeld voor het meedenken in de formulering van risico-uitspraken of de beschrijving van de gewenste situatie, heeft het team informatie nodig over de casus.

    Als de vraag is; “Ik weet niet hoe ik …?” of “Ik vind het lastig om …?”, dan heeft het team veel minder of misschien wel helemaal geen informatie over de casus nodig. Het team stelt dan vooral vragen zodat de inbrenger zelf tot oplossingen komt. 

  5. Stel activerende en verhelderende vragen.
    Het team heeft een belangrijke rol in het reflecteren op de situatie tot nu toe.
    Vraag door op dat wat lastig is in de casus. Vraag bijvoorbeeld: “Wanneer was dat, wie was daar allemaal bij en is dat al eens eerder gebeurd?”.

    Maar ook naar dat wat al goed gaat. Bijvoorbeeld; “Wanneer ging het anders en lukt het (al een beetje) om …, wat was er toen anders?, “Hoe wist je toen dat je dat moest doen?”.

  6.  Geef erkenning.
    Normaliseer dat het werk ook lastig en ingewikkeld is. Dat het begrijpelijk is dat je soms even stoom af moet blazen en feedback nodig hebt. Onderbreek je collega niet te snel wanneer de moeilijkheden op tafel komen.

  7. Complimenteer.
    Zet de spotlight ook regelmatig op dat wat je bewondert of goed vindt in het werk van je collega. Maak hierbij vooral gebruik van indirecte-procescomplimenten.

    Waardering is het fundament voor gelukkige, betrokken en bevlogen professionals; het is één van de meest fundamentele menselijke behoeften. 

  8. Nice-to-know and need-to-know.
    Vraag je steeds af wat de rest van het team echt moet weten over de casus. Focus op dat wat de ander verder helpt, op de vraag van de inbrenger. 

  9. Ordenen.
    Maak gebruik van een whiteboard of een flip-over om de informatie te ordenen en visueel te maken.
     

  10. Sluit aan.
    Sta regelmatig stil bij de vraag van de inbrenger. Door bijvoorbeeld de volgende vragen te stellen; “Is, wat we nu doen, helpend voor jou?”, “Hoe is dit helpend?”, “Is hiermee jouw vraag beantwoord?”, “Wat heeft het tot nu toe opgeleverd?”.

    Als de bespreking tot nu toe weinig heeft opgeleverd is het belangrijk om even weer een pas op de plaats te maken. Bespreek; “Hoe nu verder? Wat moeten we doen zodat het voor jou wel een zinvolle bespreking is?“. Als de inbrenger zijn of haar antwoord heeft kan de bespreking beëindigd worden.

  11. Afsluiting.
    Laat de inbrenger benoemen wat de bespreking heeft opgeleverd en wat helpende was tijdens de bespreking. Sluit af met een rondje wat de bespreking ook de anderen heeft opgeleverd. 
     

 

Realiseer je dat jij het probleem van je collega niet op kunt lossen.  

 Er zijn heel veel mooie intervisie modellen die je in kunt zetten. Blijf je als team steeds dezelfde manieren inzetten en ben je toe aan verfrissende manieren?

Wij kunnen je helpen met begeleide intervisiebijeenkomsten. Een van onze Jeugdzorgprofessionals sluit aan bij je team en begeleidt de bijeenkomst met creatieve werkvormen. Neem gerust contact met ons op als je hier meer over wilt weten. 

 

Artikel geschreven door Margreet Timmer 

 

Deel deze pagina
Meer blogberichten
Blog
15 november 2022
Het is al jaren onderwerp van gesprek. De kwaliteit van de gesprekken met kinderen wanneer er vermoedens zijn van (ernstige)...
Blog
1 november 2022
Dat doe je met COMPLI-kaarten Praten over leuke dingen, over successen, geeft energie. Praten over dingen die niet (zo goed)...
Blog
25 oktober 2022
Samenwerken aan veiligheid ontstaat in de dialoog met de ander. Een oprecht nieuwsgierige houding toont betrokkenheid. Dit uit zich door...