14 condities voor Goed Genoeg Opvoederschap
Gebruik deze 14 kaarten als visueel hulpmiddel bij gesprekken over goed genoeg opvoederschap. Ontwikkeld voor jeugd- en gezinsprofessionals. Praktisch, visueel en methodisch.
excl. verzendkosten
Extra informatie
Jeugd en jeugd en gezinsprofessionals hebben een belangrijke rol in het begeleiden, adviseren en ondersteunen van jeugdigen en hun gezinnen. Hier krijgen zij ook te maken met het bepalen van “goed genoeg ouderschap”.
Er bestaan verschillende visies op een "goed ouderschap". Dit is over het algemeen cultureel bepaald. Toch hebben professionals de belangrijke taak om, bij het begeleiden van gezinnen, ook de situatie van het gezin te analyseren.
"De 14 condities van goed genoeg opvoederschap" kunnen professionals hierbij ondersteunen. Ze worden uitgelicht in de Richtlijnen Jeugdhulp en zijn daarmee zeer van belang voor de jeugd- en gezinsprofessional.
Op basis van wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaringen, hebben Heiner en Bartels twaalf condities opgesteld waarin een optimale ontwikkeling kan plaatsvinden. Hierin wordt meegenomen wat een jeugdige nodig heeft en wat er nodig is voor een optimale ontwikkeling van het kind. Er kan van een ontwikkelingsbedreiging worden gesproken wanneer er van de condities wordt afgeweken.
Zijlstra voegde, naar aanleiding van haar promotieonderzoek, twee voorwaarden toe aan de condities voor goed genoeg opvoederschap. Dit resulteert in totaal veertien condities, waarin zowel voorwaarden voor het gezin als de samenleving terugkomen.
Het ‘raamwerk’ van de condities kan worden gebruikt om de ontwikkeling van de jeugdige, de opvoedingscapaciteiten van de ouders/opvoeders en de gezins- en omgevingsfactoren die een rol spelen in kaart te brengen, en kan dienen als kapstok om een compleet beeld te krijgen en niets te vergeten. Onderstaande voorwaarden dienen vervolgens als een ‘beoordelingskader’, een normatief kader waarmee de verzamelde informatie beoordeeld kan worden. De hulpverlener weegt met dit beoordelingskader of de situatie rond de jeugdige als ‘goed genoeg’ te typeren is. Dit is een afweging die in iedere situatie gemaakt moet worden.
De 14 condities van goed genoeg opvoederschap ondersteunen hierbij en worden uitgelicht in de richtlijnen jeugdhulp en zijn daarmee van belang voor de jeugd en gezinsprofessional.
De 14 condities komen voort uit het internationaal verdrag inzake rechten van het kind.
Belangrijke uitleg voor het bepalen van de condities “goed genoeg”
De voorwaarden (1) adequate verzorging (2) en veilige fysieke directe omgeving zijn onmisbaar voor de veiligheid van de jeugdige. Breng signalen van onveiligheid in kaart met de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’, en meld acute en/of structurele onveiligheid altijd bij Veilig Thuis.
Ook continuïteit in opvoeding en verzorging (7) en stabiliteit in levensomstandigheden (14) zijn basisvoorwaarden. Als deze afwezig zijn, is er een serieuze bedreiging voor de ontwikkeling van de jeugdige.
Gebruik de veertien condities voor een optimale ontwikkeling van jeugdigen als beoordelingskader om te bepalen of het opvoederschap in het betreffende gezin ‘goed genoeg’ is.
De 14 condities voor Goed Genoeg Opvoederschap
- Adequate verzorging: de zorg voor de gezondheid en het fysieke welbevinden van de jeugdige; De ouders zorgen voor onderdak, kleding, voeding en persoonlijke spulletjes en er is een inkomen om hierin te voorzien.
- Veilige fysieke directe omgeving: de jeugdige is niet fysiek of anderszins onveilig.
- Affectief klimaat: De ouders bieden de jeugdige emotionele bescherming, steun en begrip; er is sprake van veilige hechting tussen ouder en kind en wederzijdse genegenheid.
- Ondersteunende flexibele opvoedingsstructuur bevat aspecten zoals:
- Voldoende regelmaat in het leven van alledag;
- Aanmoediging, stimulering en instructie.
- Grenzen en regels stellen en inzicht geven in het waarom hiervan;
- Controle uitoefenen over het gedrag van de jeugdige;
- Voldoende ruimte schenken aan de wensen van de jeugdige, en hem de vrijheid geven om zelf initiatief te nemen en te experimenteren, evenals de vrijheid om te onderhandelen over wat voor de jeugdige belangrijk is;
- De jeugdige krijgt niet meer verantwoordelijkheid dan hij aankan, ervaart binnen die begrenzing de gevolgen van zijn gedrag, en leert zo de gevoelens in te schatten en zijn gedrag af te wegen.
- Adequaat voorbeeldgedrag door ouder: ouders laten gedrag, normen en waarden zien binnen maatschappelijk aanvaardbare grenzen
- Interesse: Ouders hebben interesse in de jeugdige, zijn leefwereld en de persoon.
- Continuïteit in opvoeding en verzorging, toekomstperspectief: De jeugdige heeft vertrouwen in de aanwezigheid van de ouders en ervaart een toekomstperspectief.
- Veilige fysieke wijdere omgeving: De buurt waarin de jeugdige opgroeit is veilig
- Respect: Behoeften, wensen, gevoelens en verlangens van de jeugdige worden serieus genomen door de omgeving.
- Sociaal netwerk: Er is een sociaal netwerk waar de jeugdige en zijn familie op terug kunnen vallen.
- Educatie: De jeugdige krijgt scholing en opleiding en de gelegenheid zijn persoonlijkheid en talenten te ontplooien.
- Omgang met leeftijdsgenoten: De jeugdige heeft de mogelijkheid om te gaan met leeftijdsgenoten in gevarieerde situaties, geschikt voor zijn leeftijd.
- Adequaat voorbeeldgedrag in de samenleving: De jeugdige heeft contact met andere jeugdigen en volwassen die een voorbeeld zijn voor huidig en toekomstig gedrag en die belangrijke normen en waarden kunnen overbrengen.
- Stabiliteit in levensomstandigheden, toekomstperspectief: verandering in het leven van de jeugdige komen aangekondigd en er wordt rekening met hem gehouden. Personen met wie de jeugdige zich identificeert en die ondersteuning bieden zijn continu beschikbaar.
Deel deze pagina